Pink Floyd Fans Nederland

Interviews: Interview met Bobby Hassall - 28 augustus 2011, door Theo

Geplaatst door FloydianTheo op Tuesday 29 April @ 14:25:05 GMT+1 (770 maal gelezen)

Interview met Bobby Hassall, naar aanleiding van het verschijnen van zijn nieuwe boek: Pink Floyd Backstage - 28 augustus 2011, door Floydian Theo Pink Floyd Fans Nederland heeft de primeur om Bobby Hassall te interviewen n.a.v. zijn op 1 juli jl verschenen boek "Pink Floyd Backstage". Review: Pink Floyd Backstage, is niet zomaar het zoveelste boek over Pink Floyd, maar een fascinerend dokument geschreven door een super-fan, die uitgroeide tot crew-member en ons mee neemt op zijn Floydiaanse reis achter de schermen van de A Momentary Lapse Of Reason Tour (1989), het Knebworth Festival (1990) en de Division Bell Tour (1994). Hij reisde mee tijdens concerten in Nederland, Belgie, Duitsland, Frankrijk, England en Italie. Geschreven door Bobby Hassall, bewerkt door vriend en schrijver Glenn Povey (bekend van Echoes: The Complete History Of Pink Floyd) en prachtig vorm gegeven door Bradbury & Williams, is dit boek op 1 juli jl uitgegeven door Mind Head Publishing, alwaar dit boek ook te bestellen is. Het is een aanrader voor Nederlandse en Belgische fans en voorzien van schitterende, nooit eerder vertoonde foto's van achter de schermen van Pink Floyd. Uitgebreide, boeiende verhalen, tot in detail geschreven, die je aandacht helemaal opeisen en je weg laat dromen, alles om je heen vergetend. Feiten en anekdotes, bouwschema's van de stage, te veel om op te noemen. Feiten over het legendarische concert te Venetie, het Knebworth Festival, Rotterdam, Nijmegen, Gelsenkirchen, Keulen, Parijs, Werchter, het komt allemaal aan bod en elke plaats zijn eigen verhaal. Je moet het gewoon lezen. Wat je nooit geweten hebt............ kom je nu allemaal te weten, maar ook worden eigen herinneringen door zijn fascinerende manier van schrijven, weer opgehaald. Interview: Hallo Bobby, na onze ontmoeting in Arnhem bij een van Rogers’ The Wall concerten op 8 april jl, vertelde je mij over jouw nieuwe boek, Pink Floyd Backstage, over jouw ervaringen achter de schermen bij Pink Floyd van 1989 (A Momentary Lapse Of Reason Tour), 1990 (Knebworth Festival) en de laatste tour in 1994 (World Tour 1994). Nu heb ik de eer gehad om het boek al te mogen lezen en ik kan je vertellen dat ik het eigenlijk wel met een jaloers gevoel gelezen heb. Een droom van menig die-hard fan is voor jou uitgekomen en nu wil je dit via jouw boek met elke fan delen. T: Hoe kan een fan uitgroeien tot superfan, tot uiteindelijk crew member? B: Ik was een soort van verloren ziel vroeger. Ik was 15 toen ik wegliep van school en van huis. Op mijn 17de ging ik de wereld in zonder enig diploma, gewapend met niets anders dan een rugzak, een paar Engelse ponden en een droom. Geen dak boven mijn hoofd en met geen enkel idee waar ik naartoe zou gaan; ik wist alleen dat ik op zoek was naar iets anders dan alleen maar dagdromen en niets doen. Ineens bevond ik me in Nederland zonder taal, werk of toekomst. Op een gegeven moment had ik een tijdelijke baan in een fabriek die melkpoeder produceerde en ik sliep in een vochtig kraakpand. Er moest toch ietsje meer zijn in het leven dan alleen maar dit?! En toen ging Pink Floyd op pad. Hun muziek en filosofie hadden me altijd gedragen en geholpen te overleven. Dat was het dan.. Ik dacht; “Fuck it! Ik ga”. En toen ging ik achter hun aan. En zoals ze zeggen; The rest is history. Wanneer ik je vraag helemaal moet beantwoorden moet ik de boek in zijn totaliteit hier volledig gaan opschrijven.. Het is een lang verhaal en was niet zomaar gebeurd, het heeft tijd gekost. Pink Floyd Backstage is een gedetailleerd verhaal over een simpel leven die over de kop ging door het durven en daardoor zit ik nu volledig in het entertainment vak, reis de hele wereld over en maak de gekste dingen mee. En dit allemaal omdat ik een keer over een hek had gesprongen bij een Floyd concert in de jaren ‘80. Vreemder kon het niet verlopen. Paul McCartney, Madonna, Bruce Willis, Sylvester Stallone; ik heb ze allemaal ontmoet. Watch out for what you wish for.. zeggen ze. You might just get it! Op dit moment zit ik in de Carré Theater in Amsterdam als voorstellingleider voor de Hans Klok “Hurricane” show. Was ik maar niet over het hek gesprongen?? Nee, het is goed zo! T: In jouw voorwoord schrijf je eigenlijk dat het in Rotterdam 1988 allemaal begonnen is en je eigenlijk heel brutaal de gok hebt genomen om over de omheining te klimmen, om zo de opbouw mee te maken, ergens hoog verscholen in het stadion. Zou dit vandaag de dag, met al die veiligheids maatregelen nog steeds kunnen gebeuren, denk je? B: Tja.. wat is nou allemaal mogelijk in de wereld? Je moet wel ballen hebben denk ik en gewoon doen alsof je erbij hoort zonder teveel na te denken. Maar inderdaad, het is nu waarschijnlijk niet zo makkelijk. De tijden zijn veranderd en er zijn zoveel gekken in de wereld die gemene dingen willen doen; security is verdubbeld sinds die tijd. Ik wist toen dat er iets moest veranderen in mijn leven en ik heb de gok genomen. Over een hek springen.. dat moet meer mensen doen wanneer ze niet weten wat ze willen in het leven. Gewoon even kijken wat aan de andere kant ligt. Wat het ook maar is, het kan alleen maar leuker zijn dan waar je nu mee bezig bent, vooral wanneer je niet zo lekker in je vel zit. En ik bedoel het niet zo dat iedereen die confused is over een hek bij een Rock ’n Roll show moet gaan springen. Ik bedoel meer dat je iets anders of iets onverwachts moet gaan doen en daarna zie maar waar het je naartoe brengt. Denk niet aan de consequenties maar gewoon iets doen. Niets komt naar je toe. Je toekomst ligt in je eigen handen en niemand gaat je helpen. T: Het boek begint met een concert in Keulen van 18 juni 1989, waar ik zelf ook toeschouwer ben geweest. Wat ik dan lees over fans, al dan niet kamperend bij het stadion, gebroederlijk samen waren, zelfs ( en dat is mijn ervaring) na afloop bij de chaos op de parking. Hoe heb jij dit ervaren in 1989 en is er in de loop van de jaren (Pink Floyd 1994 en de latere solo optredens tot vandaag aan toe) verandering gekomen in het gebroederlijk omgaan met elkaar? B: Fans blijven fans, vol met passie. Het is niet alleen het concert waar iedereen op zit te wachten. Het is de hele ervaring eromheen die ze samen willen delen. In de rij staan s’nachts in de regen voor je zeldzame tickets met de hoop dat je ze krijgt; De spanning die opbouwt tijdens al die maanden dat je moet wachten voordat het zover is; Je lieveling T-shirt dragen en kijken welke T-shirts de andere fans aan hebben. En ook de spanning voordat de deuren open gaan en het rennen op het veld op zoek naar een goede plek. Dus nee. Er is geen verandering gekomen in het gebroederlijk omgaan met elkaar. Het is altijd een samenkomen van een mega group mensen die het gezellig met elkaar willen hebben en het briljant music van Pink Floyd willen delen. Er is ook nooit agressie.. alleen liefde. T: Voor de Nederlandse fans is dit boek écht herinneringen ophalen met jouw verhalen van Rotterdam en Nijmegen, maar ook voor de vele grensgangers, die van Gelsenkirchen en Keulen. Is hier door jou bewust voor gekozen? B: Ik heb alleen kunnen schrijven over concerten waar ik erbij was.. Dus Venice, Duitsland, Parijs, Knebworth, London, Belgie o.a.. die zat erbij. Dit was mijn Floyd avontuur zoals ik het beleefd had en toevallig moest ik af toe naar het buitenland. T: Heel uitgebreid vertel je over jouw ervaringen in De Gofferd te Nijmegen. Voor ons uiteraard heel boeiend. Zelf heb ik die show helaas niet gezien, maar het beeld dat jij schept en de schitterende foto’s doen mij (en vele anderen denk ik) terug denken aan Rotterdam 1988. Toch ging er (vooral op security gebied) veel fout, waardoor je eigenlijk “pissed off” was. Maar ook een nieuw aspect om de show en alles er omheen te zien vanaf een andere positie. Hoe ging dit te werk? Werd er vooraf bepaald waar jij de show kon volgen? En wat was de “negatieve”rol van de security hierbij? B: Nou, uiteindelijk hadden security niets fout gedaan. De Floyd crew arriveerde die dag vrij laat en dus er was een tijd tekort. Security had de opdracht om alle gasten en andere vreemde gezichten buiten te houden om de crew ruimte te geven om hun werk op tijd af te hebben. En terecht! Ik was alleen maar pissed off omdat ik niet naar binnen mocht. Ik was gewoon een gefrustreerde fan. Later toen wij binnen waren gelaten, mocht ik bij de crew zitten (Front of House) om het goed te maken, dus beter kon het niet. Meestaal moeten gasten met pasjes gewoon een plek op het veld zoeken maar nu mocht ik achter de licht en geluid mengtafels staan tijdens de show!! Geweldig! Ik had gelijk een serie leuke fotos van de “crew at work” gemaakt en die staan nu in het boek. Zeer bijzonder. T: Een kompliment eigenlijk voor het gedetailleerde schrijven over gebeurtenissen van meer dan 20 jaar geleden. Je moet wel een ijzersterk geheugen hebben of had je toen al het idee om over jouw ervaringen te gaan schrijven? Hield je een soort dagboek bij, om geen enkel detail van alle indrukken die je opdeed, te vergeten? B: Niet vergeten, behalve het laatste hoofdstuk over Division Bell 1994 (die ik trouwens pas vorige jaar op papier heb gezet) had ik de meeste ervaringen opgeschreven net na mijn vreemde avontuur, einde jaren ’80 maar toen Glenn Povey en ik hadden gedacht om het boek een keer professioneel uit te brengen, moest er een hoofdstuk bij. En natuurlijk, ik was altijd een expert in prullenbakken doorspitten om documenten en andere leuke memorabilia items te verzamelen. Ik heb nooit echt een dagboek bijgehouden.. zo’n ervaring blijft toch een hele tijd in je hoofd zitten.. dus toen ik eens begon deze vernieuwde versie van het boek te maken samen met Glenn, viel het best wel mee om al de bijzondere herinneringen op te roepen. Ik heb in 1994 de eerste versie van het boek aan de bandleden gegeven en toen begon weer een soort gekke avontuur. Na dat ik uitgenodigd op een VIP feest as, kon ik het ook niet laten om weer op pad te gaan om weer achter de schermen te zijn. Het ene leidt naar het andere en voor dat ik het wist, wzat ik ergens in Duitsland op een heftruck op het veld tijdens het opbouw… Toen dacht ik; “Hier gaan we weer…” De resultaat is de vernieuwde boek inclusief mijn ontmoeting met de Pink Floyd bandleden met zeer exclusieve foto’s van het VIP feest en van het op en afbouw van de show. T: Over de inhoud wil ik eigenlijk niet al te veel verklappen. Men moet het maar gewoon lezen, ja toch! Ook de vele schitterende, nooit eerder vertoonde foto’s maken van dit boek een geweldig naslagwerk, voor de fans, maar zeker voor jezelf ook. De cover van het boek is simpel gehouden en strak. Geeft dit het beeld van de Bobby Hassall die ik in Arnhem heb mogen ontmoeten? Een doodgewone jongen, een superfan die een droom waarmaakte? En de strakke lijnen geeft dat de doorzetter aan die precies wist wat hij wilde en het strak en rechtstreeks benaderde, zonder omweg dus? B: Voor iemand die mij maar een keer heeft ontmoet, kon je het eigenlijk niet beter verworden, Theo! Ik ben inderdaad een doodgewone jongen die weet wat hij wil en doet wat die zin in heeft. Het is ook niet arrogant bedoeld, zeker niet; Ik vindt dat iedereen recht heeft op een leven zonder intimidatie en zonder stomme mensen om je heen die denken dat ze jouw leven mogen bepalen. Doe altijd wat je zin in heb, denk niet verder dan dat en de rest komt wel goed. En dat het boek zo mooie uitziet heb ik te danken aan Glenn Povey. Ik had dit boek nooit zo prachtig kunnen maken zonder zijn input. Heel snel realiseert hij dat een professionele ontwerper nodig was om de boek vorm te geven en wanneer ik nu naar kijk, begrijp ik het helemaal. Als oprichter van de originele fan magazine; Brain Damage en als schrijver van tientallen magazine artikelen wereldwijd en zijn eigen boeken over Floyd (o.a. Echoes.. die trouwens ook te koop is via mindheadpublishing.co.uk), het was de perfecte keus als partner in deze project. Het was en nog steeds is een geweldige en plezierig samenwerking en tegenwoordig is hij ook nog een goede vriend geworden. Het zou ook goed kunnen dat wij in de toekomst ook weer iets samen gaan doen.. Dat zal te gek zijn! T: Je schrijft in ieder geval vol passie. Ik haal een anekdote van jouw erbij over het concert in Parijs:”And this is what it was all about.. it was not just another concert. This was The Pink Floyd Experience, exploding over a gaping audience like a thousand machine-guns.” Was het nu nooit “just another concert”? Ik bedoel dan niet jouw belevenissen backstage met de crew, maar vooral de beleving van de band zelf. Of was er totaal geen contact tussen crew en band? B: Er was een zeer bijzonder contact tussen crew en band. Dat zeker! Hoe kan je anders zo’n prachtig “experience”over de hele wereld trekken? Het zou toch onmogelijk zijn wanneer iedereen niet hetzelfde passie deelde. Het was één groot familie met hetzelfde visie. Een geolied machine. A powerful force! Welcome to the machine! T: Ook besteed je veel aandacht aan het gedenkwaardige optreden in Venetie en buiten de vele foto’s ook een afdruk van hoe de stage in elkaar zat. Op een drijvend toneel, moet dit wel iets heel unieks zijn geweest, waar jij met je neus boven op zat. Is op zo’n moment stress meer merkbaar? En hoe wordt daarmee omgegaan? Want het is toch niet alledaags om op zo’n lokatie een podium te bouwen. Ook je ervaring met Bootleggers in Venetie was interessant en de kwaliteit van de t-shirts die ze verkochten. En toch had je ook met ze te doen. Was het niet hun manier van reizen van concert tot concert? B: Voor de Floyd crew was Venetie helemaal niet stressvol. Ik bedoel; zij hoefden het drijvend platform niet te bouwen of het stage die erop stond. Een vloer is een vloer en wanneer het groot genoeg is, is er niets aan de hand. Ze hadden ook veel meer tijd dan normaal dus ze kwamen ook tot rust. Iedereen was zeer relaxt. Ook denk ik, omdat de toer bijna afgelopen was. Hierna zouden ze naar Frankrijk gaan en dat was het dan. Het einde was in zicht en dat zorgde voor een rustig, kalm en vriendelijk atmosfeer. Ze hebben de wereld lekker opgeblazen en nu mochten ze weer naar huis. Een fijn gevoel. En de Bootleggers (illegale T-shirt verkopers).. Tja, laat ze maar lekker. Zo krijgen we wel leuke hebben dingetjes toch? En ook niet zo duur! Zij een leuke reizende leven en wij mooie T-shirts kopen. Iedereen blij! T: Ik zou nog wel uren met je kunnen praten en aandachtig kunnen luisteren naar jouw belevenissen met The Pink Floyd. Heel boeiend is ook hoe je een beeld geeft van de crew, het harde werken, het op schema moeten zijn en dit alles met de nodige dosis humor, de saamhorigheid en het plezier waarmee elke klus geklaard werd. Ik vond het geweldig om jouw boek te mogen lezen en een hele eer om jouw te mogen interviewen. Momenteel ben je druk bezig als voorstellingsleider bij Hans Klok, daarom wil ik je hartelijk danken dat je toch nog tijd vrij kon en wilde maken voor mij en de Nederlandse en Belgische fans. Hartelijk dank Bobby en hoop je zeker nog eens te ontmoeten om jouw boeiende verhalen achter de schermen bij Pink Floyd aan te horen. Veel succes en zoals Floyd fans meestal sluiten: Shine on! B: Thank you Theo voor je enthousiasme over mijn boek. I’ll see you on the dark side… Bobby Hassall 28. 08. 2011 Boek gegevens: UK First Edition ISBN: 978-0-9554624-2-9 RRP: £15.00 (UK) Dimensions: 210mm x 296mm Paperback: 68 pages, full colour Published: 1 July 2011 Publisher: Mind Head Publishing (op de foto: Bobby Hassall samen met Floydian Theo na de lezing over zijn boek tijdens de Pink Floyd fandag te Ulft, in 2013)

Interviews: Interview met Ernst Daniël Smid 6 maart 2008, door Anna Visser

Geplaatst door FloydianTheo op Tuesday 29 April @ 13:22:58 GMT+1 (578 maal gelezen)

Interview met Ernst Daniël Smid - 6 maart 2008 HOE BELEEF JE CA IRA? Ca Ira is een mooi stuk. De eerste keer dat ik het hoorde was ik nogal sceptisch. Ik heb in eerste instantie een opname toegestuurd gekregen met Bryn Terfel die het gezongen heeft. Dat was voor mij heel belangrijk omdat Bryn Terfel één van mijn idolen is. Bryn heeft het prachtig gezongen en serieus aangepakt. En daardoor krijgt het cache. Je moet bij Ça Ira niet denken, “Ach, het is maar iemand van Pink Floyd die een opera probeert te schrijven”, nee, je moet naar dit stuk kijken zoals je een Verdi, een Mozart, een Bach bekijkt. En dan wordt je wel gegrepen. Ik ben erg in de ban geraakt van de muziek. Ik zie er echt naar uit, ik ben erg gemotiveerd. Het is prachtige muziek en er zijn stukken die mij diep ontroeren: de prachtige brief die hij schrijft aan zijn neef de Bourbon van Spanje. Zo mooi! Het is wel iets totaal anders dan wat Roger Waters tot op heden heeft gemaakt. Ja dat wel, maar dat is mijn voordeel; ik kende helemaal geen muziek van Pink Floyd of Roger Waters, anders dan alleen The Wall, ik sta er dus heel onbevangen tegenover. Ik hoor wat er op me afkomt en denk dan niet: oh ja, dat is die man van “Another Brick In The Wall” en dat soort dingen meer. Ik vind ook dat je er veel respect voor moet hebben dat iemand vanuit de popkant een opera probeert te schrijven. Met deze muziek moet je toch even weer leren luisteren, leren horen, het laten bezinken. Het zit dramaturgisch niet overal even sterk in elkaar, het verhaal zou wat sterker mogen, er is niet genoeg verzet in het stuk. Iedereen ondergaat het een beetje lijdzaam en dat vind ik wel jammer. Er zou een wat groter conflict moeten zijn tussen de bourgeoisie en de adel. Die zou ik wat heftiger willen zien zodat het stuk ook iets krijgt om uit te dragen. Er zitten wel magistraal mooie stukken in. Bijvoorbeeld The Queen Is Having A Ball. De wereld ligt in stukken en zij vind het opwindend om leuke soldaatjes in strakke pakken te zien rondspringen op haar dansfeestjes. Dat doet hij heel briljant; het is een wals, maar een gevaarlijke wals, een 5/8e wals. Het hinkt, alsof er gevaar onder de wals zit. Heel knap gevonden van hem. Hoe langer ik er aan werk, hoe langer ik studeer hoe meer het gaat intrigeren. HOE ERVAAR JE HET OM HET MAAR ÉÉNMALIG OP TE VOEREN? Een enorme bak werk. Doodzonde dat het maar één keer gaat, d’r gaat ongelooflijk veel studiewerk in zitten. Als je bedenkt dat ik normaal voor een concert 10 tot 20 uur studeer: hier gaan wel 400 tot 500 uur inzitten. Om het echt in je bloed te krijgen…. Het mag maar één keer worden opgevoerd omdat zij de zogenaamde amateursrechten hebben. Er mogen maar een beperkt aantal professionals meedoen, de rest moet allemaal amateur zijn anders ben je de rechten kwijt. Ik denk dat het stuk meer verdient. In ieder geval een betere première dan wat het heeft gehad in Polen. Dat had in Covent Garden gemoeten. Groots! De houding van Roger is daar naar mijn mening deels debet aan. IN HOEVERRE KUN JE NOG VRIJE INVULLING GEVEN AAN HET STUK? Heel weinig. Omdat we op mijn aanraden hebben gezegd: we doen het concertant. We hadden al hele wilde plannen; hoe groot we het gingen maken en mooie dingen en we zouden mooie kostuums krijgen en we zouden er een mooi lichtplan op los laten, we zouden regie gaan doen, maar dat wordt allemaal zo duur dat War Child helemaal niets overhoudt. En dat is niet de bedoeling. We proberen de muziek sterk te laten zijn. Laat de muziek het verhaal maar vertellen. Het is geen atonale muziek, het is geen muziek die mensen afschrikt. Het is hele acceptabele muziek die makkelijk inkomt bij je. We zingen Engelstalig en ik zou het erg waarderen als we daar een boventiteling of een ondertiteling bij krijgen. Dat mensen ook écht doorhebben waar het om gaat. Anders heb je toch dat je maar zit te luisteren en er ontgaan je grote flarden tekst. Ook omdat je nu eenmaal met klassieke zang aan techniek gebonden bent om je tonen te produceren waardoor dat af en toe een beetje ten koste gaat van de verstaanbaarheid. Een échte operaganger bereidt zich voor op een concert waar hij naar naartoe gaat. Dus die leest, vaak leest ie het script waar ie naartoe gaat, eventueel luistert hij een opname zodat hij beslagen ten ijs komt en denkt “nou, ik gaan eens luisteren hoe het hier klinkt” en “hoe komt dat nou live op me af?”. Ik zou heel veel mensen wel aanraden om de CD te kopen en er eens naar te luisteren voordat ze naar Den Haag afreizen. ALS MENSEN NIET GAAN, MISSEN ZE ECHT WAT? Ik vind van wel. Je hebt alle kans dat het niet meer naar Nederland komt. Waarschijnlijk is het dramaturgisch niet sterk genoeg. Waarschijnlijk vind men het muzikaal niet uitdagend genoeg. Misschien te éénvorming qua structuur…. maar dan nog….Ik denk dat je het gezien moet hebben om een mooi beeld van Roger Waters te krijgen. Een ander facet van Waters. Roger treedt zelf op, op 11 mei in Landgraaf. Hij is dan in Nederland. Als ie nou verstandig is, laat ie z’n smoel effe zien op 5 mei. Want hij heeft geen idee wie wij (de uitvoerenden) zijn. En dat hij dan op een gegeven moment roept: ja maar, ik wil alleen maar amateurs, dat is zijn keuze, dat is niet onze keuze geweest. Als hij niet erachter staat, is dat voor mij een reden om te zeggen; ik doe het niet. Als hij niet iets laat horen, dan ga ik er 5 mei niet staan. Die keuze heeft ie. Hij brengt maar respect op voor al die mensen die hier heel hard aan werken om een stuk wat hij nergens kan slijten in de wereld te laten horen en dan met de beste zangers van Nederland. Ik doe het omdat het voor een goed doel is en ik in dat stuk geloof. Als hij zo arrogant is om te zeggen : mwoah, fuck you, kijk maar wat je doet, dan vind ik het prima, dan heeft ie geen stuk. Want ik zou wel een beetje teleurgesteld zijn als hij zich niet zou laten zien in Den Haag. Als laatste werd mij toegeroepen: “En wel komen luisteren he!” En dat gaan we doen. Emily heeft in ieder geval meteen 2 kaartjes gereserveerd voor 5 mei in Den Haag om dit magistrale meesterwerk “In The Flesh” mee te gaan maken. Want als 's Neerlands beste operazanger tegen mij zegt: Ik zou toch wat meer van PINK FLOYD willen gaan beluisteren op den duur. Maar ik wil me nu niet laten afleiden. Ik ben alleen maar met het stuk bezig. dan kan ik alleen maar zeggen: “Ça Ira!”

Interviews: Interview met Ruud Verwijk 16 februari 2008, Noordwijkerhout, door Anna Visser

Geplaatst door FloydianTheo op Tuesday 29 April @ 13:09:42 GMT+1 (860 maal gelezen)

Interview met Ruud Verwijk a.k.a. Ruud Gilmour - 16 februari 2008, Noordwijkerhout. Hoe ben je bij Pink Project betrokken geraakt? Ruuds passie voor Pink Floyd is er altijd al geweest. Vanaf de middelbare school waar hij voor het eerst in aanraking is gekomen met Pink Floyd tot nu, Pink Project waar hij de schitterende gitaarpartijen van Gilmour zo prachtig ten gehore brengt. Een logisch gevolg volgens Ruud: “Als je een passie hebt voor Pink Floyd kom je automatisch terecht bij Pink Project.” In het O.L.S te Den Haag heeft Ruud Pink Project voor het eerst zien en horen spelen en dacht: “Dáár wil ik bij zijn, dáár wil ik deel van uitmaken”. Maar ja, 13, 14 jaar geleden was Pink Project al voorzien van een goeie gitarist, maar wel één zonder “Gilmourfeel”. Er lag wel een vacature open voor zanger. En Ruud wilde zo graag bij Pink Project dat hij auditie heeft gedaan, dan maar als zanger/gitarist. Dit is destijds niet doorgegaan, maar de interesse in elkaar bleef. Ton Koekoek is de (ver)bindende factor gebleken. Ton deed het geluid voor Leon and Friends waar Ruud op dat moment in speelde, maar ook in het Zuiderpark voor Pink Project. Dus op het moment dat er 3 jaar geleden een vacature vrijkwam voor een gitarist bij Pink Project was het Ton die riep: Ik weet nog wel een goeie gitarist voor je. Daarop heeft Ruud op verzoek van Peter Chattelin, opnieuw, auditie gedaan en zo is Pink Project deze virtuoze gitarist rijker geworden. Wie is Ruud als hij niet Ruud Gilmour hoeft te zijn? Een gitarist met (voor)liefdes. Ruud is getrouwd, heeft twee zoons waarvan de jongste Garp (15) nu al dezelfde passie deelt. Is in het bezit van vijf gitaren en allerlei authentieke Gilmour versterkers en effecten en werkt als accountmanager door heel Nederland. Daarnaast heeft Ruud zijn voorliefde voor Gilmour, maar ook het solowerk van Roger Waters pakt hem. Het album Radio KAOS bevat z’n minst favoriete nummer, Radio Waves. Met dit nummer heeft hij echt helemaal niets. Maar hij geeft ook meteen te kennen dat er ook wel weer een heel mooi nummer op staat, The Tide Is Turning. Gilmour en Waters, twee van zijn grootste favorieten, maar er zijn er meer. Supertramp, Neil Young en The Beatles staan hoog in z’n favorietenlijstje. Naast Gilmour is hij fan van gitaristen met een eigen sound; Mark Knopfler, Eric Clapton, Santana en van de huidige generatie John Mayer. Wat is de mooiste locatie geweest waar je hebt gespeeld? Qua locaties heeft Pink Project al diverse theaters en schouwburgen mogen verblijden met hun optredens en het is iedere keer weer een overweldigend gebeuren. Ruud waakt ervoor dat het niet “te gewoontjes” gaat worden dat alles tot in de puntjes is geregeld voor zo’n optreden. Toch is het Omniversum wel één van de bijzonderste plekken waar Ruud heeft gespeeld. Allereerst natuurlijk dat omdat ze daar vijf avonden op een rij staat te spelen en daarnaast is het geluidseffect daar heel opmerkelijk. Vanuit het publiek is het zo dat het geluid “dood slaat” tegen het filmdoek, maar vanuit de band gespeeld komt het geluid terug uit de zaal vandaan. Je krijgt op die manier een hele bijzondere interactie met jezelf. Ook de bandfeel is door deze reeks optredens altijd optimaal. Pink Project internationaal? Peter gaf al aan tijdens de workshop dat Pink Project volgend jaar in Het Concertgebouw in Amsterdam staat. Daarnaast natuurlijk dwars door heel Nederland de nodige optredens. Volgens Ruud zou Pink Project ook best buiten Nederland kunnen optreden en daar is dan ook al wel eens sprake van geweest. Dubai bijvoorbeeld en Wales, maar het zijn en blijven natuurlijk “gewone” mensen, die allemaal een gezin, een drukke baan en andere verplichtingen hebben. Het over de wereld toeren, zoals bijvoorbeeld de Aussie Pink Floyd Show, is wel een droom van Ruud maar zal vooralsnog geen werkelijkheid worden. “And hold on to the dream” (The Gunners Dream – The Final Cut – Pink Floyd)